We waren er dit keer niet voor de oogst. Het bezoek aan La Luisa was rustiger: een middag met Silvia en haar familie in Ciudad Bolívar, het kleine koffistadje een paar uur ten zuiden van Medellín.
We brachten de middag door op de Plaza Bolívar, in de schaduw van de samanen. Twaalf van deze brede, wijdvertakte bomen staan langs het plein opgesteld en geven het stadje iets tijdloos.
De samán is het symbool van Ciudad Bolívar, en je begrijpt waarom: onder deze bomen komen boeren en anderen uit de koffiewereld samen voor een tintico en een gesprek over het seizoen.
Precies zo brachten wij het door: pratend over het seizoen, over lopende projecten, over wat het jaar nog gaat brengen.
Daarna reden we langs de finca om de bomen te zien en een rondje te lopen. Ze staan in bloei.
Kleine witte bloempjes verschijnen aan de takken, terwijl de planten zich klaarmaken om vrucht te zetten voor de Traviesa, de kleinere tussenoogst die in Antioquia normaal gesproken in april en mei valt.
De zorg zit hem in het weer. Colombia heeft al een tijdje te maken met La Niña, wat in de Andesregio doorgaans meer neerslag en lagere temperaturen betekent. Begin dit jaar was Antioquia een van de zwaarst getroffen gebieden. Teveel vocht tijdens de bloei is niet ideaal voor de kwaliteit van de oogst. Het is iets waar een koffieboer geen grip op heeft, alleen een antwoord op.
Dat antwoord zoekt Silvia actief. Ze is begonnen met het maken van biochar op de finca, verbrand organisch materiaal dat ze door de grond mengt om de bodem voedzamer en veerkrachtiger te maken.
Daarnaast mulcht ze met gedroogde bladeren, een eenvoudige maar effectieve manier om vocht vast te houden en de bodem langzaam te voeden. Beide methodes zijn geworteld in de permacultuur, en de resultaten zijn zichtbaar: de bomen ogen gezond.
Later dit jaar hopen wij terug te kunnen keren als de hoofdoogst in volle gang is. Tot die tijd houden we deze pagina bij met nieuws van Silvia ter plekke.